Bekend bij naam

In de Schrift is het diep persoonlijk wanneer God iemand bij naam kent. Hij roept Mozes, Samuel en Maria. Jezus noemt zijn discipelen bij name en kent het aantal haren op ons hoofd.

Deze kennis is geen kille registratie, maar herderlijke zorg. De goede Herder kent zijn schapen en zij kennen zijn stem.

Voor gelovigen betekent dit: wij zijn geen nummer in een massa, maar kinderen die persoonlijk worden gekend door de Koning der koningen.

Kennerschap en uitverkiezing

Paulus spreekt over hen die God van tevoren gekend heeft. Deze kennis gaat verder dan voorspelling: het is relationeel en doelgericht. God kent zijn volk in Christus en roept hen tot heiligheid.

Deze waarheid kan bescheidenheid en dankbaarheid voeden, geen trots. Niemand roemt op eigen wijsheid, maar op Gods genadige keuze.

Wie zich gekend weet, leeft niet angstig over identiteit, maar rustend in de Vader die hen nooit vergeten zal.

"De HEERE kent degenen die de zijne zijn."

2 Timotheüs 2:19

God kent ook de vreemdeling

Gods kennis is niet exclusief voor een inner circle. Hij ziet de weduwe, de vreemdeling en de hulpeloze. Christus kent de vrouw bij de put en Zacheüs in de boom.

De gemeente wordt geroepen deze persoonlijke aandacht na te volgen. Pastoraat begint waar mensen bij naam worden gezien, gehoord en in gebed gedragen.

Zo weerspiegelt de kerk de God die geen anonieme massa bestuurt, maar individuele personen liefheeft.

Gekend en toch groeiend

Gods kennis sluit groei niet uit. Petrus wordt gekend met al zijn impulsiviteit; Paulus met zijn verleden. God kent ons volledig en werkt toch aan onze heiligmaking.

Dit geeft vrijheid om eerlijk te zijn in gebed. Wij hoeven God niet te imponeren, want Hij kent ons al.

Tegelijk roept het tot ernst: wie gekend is door God, leeft niet dubbel, maar zoekt zijn aangezicht in oprechtheid.

Gekend en geliefd

De Schrift nodigt ons uit om dieper stil te staan bij Gods kennis van zijn volk. Dit gebeurt niet in een studeerkamer alleen, maar in gebed, in de gemeente en in de concrete keuzes van het leven. Wie God zoekt, ontdekt dat elke waarheid over Hem ons tegelijk troost en uitdaagt.

Gods kennis van zijn volk is geen losstaand thema, maar verbonden met zijn heiligheid, liefde en beloften. Wij mogen Hem niet naar ons beeld vormen, maar ons laten vormen door zijn Woord, ook wanneer dat onze verwachtingen tart of ons tot bekering roept.

In de geschiedenis van Israël en in het leven van Christus zien wij hoe Gods kennis van zijn volk zichtbaar wordt in daden van redding, discipline en trouw. De kerk door de eeuwen heeft deze waarheden beleden, niet om alles te verklaren, maar om getrouw te blijven aan wat God over Zichzelf heeft gezegd.

Voor gelovigen vandaag betekent dit nederigheid en hoop tegelijk. Wij kennen God niet volledig, maar wij kennen Hem waarachtig in Christus. Daarom leven wij niet uit angst of ijdelheid, maar uit dankbaarheid en dienst aan de God die ons draagt.

Geloof dat vrucht draagt

Kennis van God blijft niet bij theorie staan. Jakobus waarschuwt dat geloof zonder werken dood is. Wanneer wij Gods karakter begrijpen, worden wij geroepen om dat karakter in nederige dienst te laten zien aan anderen.

Dit gebeurt in kleine daden: een eerlijk woord, geduld met kinderen, vergeving na conflict, trouw in werk en gebed. Zo wordt de God die wij leren kennen zichtbaar in een leven dat naar Hem is gekeerd.