Wat de Bijbel leert

De Bijbel leert dat de zonde niet begon bij ons persoonlijk leven, maar al in het paradijs binnentrad. Toen Adam ongehoorzaam werd, veranderde de toestand van de hele mensheid. Paulus schrijft dat door één mens de zonde in de wereld kwam, en door de zonde de dood.

Dit is de leer van de erfelijke zonde: niet dat wij persoonlijk dezelfde appel aten, maar dat wij geboren worden als nakomelingen van gevallen ouders, met een natuur die van God afgedraaid is. De zonde is niet alleen iets wat wij doen; het is iets waarin wij leven.

"Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen."

Psalm 51:7

Geboren in zonde

David bekent in Psalm 51 dat hij in ongerechtigheid geboren is en in zonde ontvangen. Hij spreekt over een diepere realiteit: vanaf zijn geboorte draagt hij de erfenis van de val mee.

Kinderen hoeven niet eerst te leren zondigen; het komt vanzelf voort uit een hart dat zich afwendt van God. Erfelijke zonde verklaart waarom opvoeding wel gedrag kan vormen, maar het hart niet kan vernieuwen.

De erfenis van Adam

In Adam sterven allen, schrijft Paulus. Adam handelde namens de mensheid; zijn val raakt ons allen. Tegelijk blijft ieder mens persoonlijk verantwoordelijk voor zijn eigen zonden.

Erfelijke zonde is geen excuus om licht te denken over schuld. Integendeel: zij laat zien hoe diep onze nood is en hoezeer wij een Redder buiten onszelf nodig hebben.

"Want gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens velen zondaars geworden zijn."

Romeinen 5:19

Hoop in Christus

De erfelijke zonde verklaart de wereld om ons heen en ons eigen hart. Maar de Bijbel wijst niet alleen terug naar Adam; zij wijst vooruit naar Christus, de tweede Adam.

In Christus ontvangen gelovigen een nieuwe erfenis: niet van de val, maar van genade. Zoals door één mens de zonde kwam, zo komt door één Mens rechtvaardiging en leven.