Paulus' bekentenis
Paulus klaagt: wat ik wil, doe ik niet; wat ik haat, doet hij. Hij beschrijft de spanning tussen wet en vlees.
Dit onvermogen wijst niet op excuus, maar op de noodzaak van redding buiten onszelf.
"Want het goede, dat ik wil, doe ik niet; maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik."
Romeinen 7:19
Geen zelfredding
Menselijke inspanning kan moraal verbeteren, maar het hart vernieuwen kan alleen God. Religieuze prestaties redden niet.
De reformatorische traditie benadrukt sola gratia: alleen door genade, niet door werken.
Werken en geloof
Gelovigen worden geroepen tot goede werken, maar deze zijn vrucht van verlossing, niet grond ervan.
De Geest geeft kracht om te doen wat de wet eist: God liefhebben en de naaste dienen.
Hoop op volmaking
Paulus eindigt met dankzegging: God zal het werk voltooien. Het onvermogen van nu wijst naar de volkomenheid van straks.
Tot die dag leven wij uit genade en strijden wij in de kracht van de Geest.