Stad van God

Openbaring 21 schildert het nieuwe Jerusalem als bruid en stad tegelijk. Het daalt uit de hemel neer, bereid als een bruid voor haar bruidegom. God woont midden onder zijn volk; scheiding tussen hemel en aarde is opgeheven.

Jerusalem was in het Oude Testament de plaats van Gods tegenwoordigheid. In de nieuwe schepping wordt die belofte volkomen waar: Immanuel — God met ons — voor eeuwig.

"En zie, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen."

Openbaring 21:3

Edelstenen en straten van goud

De rijke beelden — edelstenen, parels, straten van zuiver goud — zijn geen materialistische luxe, maar tekenen van heiligheid en waarde. Alles wat nu vernietigd wordt door geweld en armoede, verschijnt in de stad als getuige van Gods herstel.

Geen tempel staat er meer apart, want de Heere God en het Lam zijn haar tempel. Aanbidding doorloopt de hele stad.

Volken en koningen

De volken wandelen in het licht van de stad; koningen brengen hun heerlijkheid erin. Eschatologie is inclusief: alle taalgroepen die Christus eren, vinden daar thuis.

De rivier des levens en de boom des levens herinneren aan Eden, nu midden in de stad. Genezing voor de volken vloeit voort uit Gods troon.

Heimwee en hoop

Velen kennen een stille heimwee naar echte thuisheid. Het nieuwe Jerusalem belooft dat heimwee te beantwoorden. Niet een plek op de kaart, maar gemeenschap met God en zijn volk in volmaakte vrede.

Tot die dag leeft de kerk als vreemdeling, maar niet zonder adres. Wij weten waar wij naartoe gaan, en wie ons daar verwelkomt.