De realiteit van de dood
De dood is een van de zichtbaarste gevolgen van de zondeval. Elke mens sterft — niemand ontkomt eraan. De Bijbel neemt de dood serieus als vijand, maar leert ook dat Christus de dood heeft overwonnen door zijn opstanding.
Voor gelovigen is de dood geen einde, maar een doorgang. Paulus noemt sterven "wegzijn tot Christus" — een betere staat voor hen die in Hem geloven.
De ziel na de dood
De Schrift leert dat de ziel na de dood bewust is voor God. De richter en de arme Lazarus zijn beiden bewust na hun sterven — de een in ellende, de ander in troost. De ziel wacht op de opstanding van het lichaam en het eindoordeel.
"Thans wordt den gelovigen aangezegd dat zij, wanneer zij uit het lichaam scheiden, onmiddellijk bij Christus zijn."
Heidelbergse Catechismus, vraag 57
De ziel is niet verdoofd of opgelost in het niet — zij blijft persoonlijk en bewust, in afwachting van wat komen zal.
Opstanding en oordeel
De Bijbel leert een algemene opstanding: zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen zullen opstaan. Daarna volgt het oordeel: de rechtvaardigen tot eeuwig leven, de onrechtvaardigen tot eeuwige veroordeling.
Christus is de rechter. Hij kent de harten en oordeelt in gerechtigheid. Voor wie in Hem gelooft, is er geen veroordeling — zijn bloed heeft de schuld weggenomen.
Leven in het licht van de eeuwigheid
Het besef dat het leven na de dood doorgaat, verandert hoe wij nu leven. Wij leven niet voor het moment alleen, maar met oog op de eeuwigheid. De dood verliest zijn angst voor wie Christus kent als levende Heere.