Door Christus gegeven
De kerk is niet zonder leiding achtergelaten. Christus gaf apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars om zijn volk op te bouwen tot eenheid in geloof en kennis van de Zoon van God. In de loop der eeuwen heeft de kerk deze gaven herkend in de ambten van dienaar des Woords, ouderling en diaken.
Ambten zijn geen menselijke hiërarchie, maar dienende functies ten behoeve van het lichaam van Christus. Wie een ambt aanvaardt, draagt verantwoordelijkheid voor de kudde die de Goede Herder heeft gekocht met zijn bloed. Gezag in de kerk is altijd gezag onder het Woord.
"Hebt de ogen op hen, die over u waken als zij, die rekenschap zullen afleggen."
Hebreeën 13:17
Dienaar des Woords
De dienaar des Woords predikt, onderwijst en bedient de sacramenten. Zijn taak is het Woord van Christus trouw uit te leggen, zodat gelovigen volwassen worden in Christus. Hij doopt, vier het avondmaal en verzorgt de gemeente met de heilige schatten die hem zijn toevertrouwd.
Predikanten worden niet door populariteit gekozen, maar door de gemeente erkend als hen die door de Geest geschikt zijn voor deze dienst. Zij mogen verwachten dat de gemeente hen ondersteunt in gebed, eerbied en eerlijk onderhoud, opdat zij hun werk met vreugde mogen verrichten.
Ouderlingen en diakenen
Ouderlingen waken samen met de dienaar over het geestelijke welzijn van de gemeente. Zij bezoeken, moedigen aan, tuchtigen indien nodig en dragen zorg dat het evangelie onder de leden levend blijft. Hun ambt is oud en apostolisch: zij zijn herders naast de herder.
Diakenen richten hun dienst op de liefdadigheid en de praktische noden binnen en buiten de gemeente. Zij verdelen hulp, bezoeken de zwakken en waken erover dat niemand vergeten wordt. Samen vormen de drie ambten het kerkenbestuur dat Christus tot welszijn van zijn gemeente stelt.
Roeping en erkenning
Niemand neemt deze eer op zich, behalve wie geroepen wordt door God, zoals Aaron. De gemeente onderzoekt of iemand de gaven, levenswandel en overtuiging bezit die bij een ambt passen. Erkenning gebeurt in gebed, soms met handoplegging, en altijd met het oog op de langdurige dienstbaarheid.
Ambtsdragers zijn geen machthebbers maar knechten. Wanneer zij falen, mogen leden hen liefdevol aanspreken; wanneer zij trouw dienen, verdienen zij dubbele eer. Zo blijft de kerk een gemeente van gelovigen, niet van klerikale elite.