Een sacrament van Christus
De doop is een van de twee sacramenten die de Heere Jezus aan zijn kerk heeft gegeven. Het is geen menselijke gewoonte of louter symbool, maar een heilig teken en zegel van Gods genade, ingesteld door Christus Zelf. In de doop worden gelovigen met water gezegend in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De reformatorische traditie leert dat sacramenten werkelijk zijn wat zij tekenen: zij verzegelen de beloften van het evangelie aan hen die in geloof ontvangen. Doop wijst op de reiniging van de zonde, de dood met Christus en de opstanding tot een nieuw leven.
"Gaat dan, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes."
Matteüs 28:19
Doop en het verbond
In de Schrift worden kinderen van gelovigen opgenomen in het verbond van God. De doop van kinderen is geen vervanging van geloof, maar een teken dat God zijn beloften aan gelovige ouders en hun nakomelingen bekrachtigt. Abraham ontving het teken van de besnijdenis; in het nieuwe verbond wijst de doop op dezelfde genadige trouw.
Ouders die hun kind laten dopen, belijden dat zij het evangelie ontvangen en hun kind willen opvoeden in de kennis van Christus. De kerk bidt mee en neemt het kind op in de gemeenschap van gelovigen, in de verwachting dat het kind door Gods Woord en Geest tot persoonlijk geloof zal worden geleid.
De betekenis van het water
Water reinigt en doordrenkt. In de doop herinnert water ons aan de zondige natuur die door Christus weggewassen wordt, en aan de levende stroom van de Heilige Geest die de gelovige vernieuwt. Paulus vergelijkt de doop met de doorgang door de Rode Zee: een overgang van slavernij naar vrijheid.
Doop verplicht de gedoopte niet tot een leven zonder zonde, maar roept op tot dagelijkse bekering. Wie gedoopt is, leeft uit de belofte dat Christus zijn volk draagt en reinigt. Het sacrament blijft een blijvend ankerpunt in het christelijk leven.
Eenmalig en blijvend
De doop wordt in de kerk slechts éénmaal bediend. Zij is geen herhaald ritueel dat telkens opnieuw verlossing verleent, maar een blijvend teken van inlijving in Christus. Wie tot bekering komt en nog niet gedoopt is, ontvangt de doop als bevestiging van zijn geloof.
Gedoopte christenen mogen hun doop dagelijks als troost gebruiken: God heeft mij gezien, mijn naam gedragen en mij tot zijn volk gerekend. In tijden van twijfel en strijd herinnert de doop aan de trouw van de drie-enige God die ons nooit verlaat.