Eén lichaam
Het Apostolisch Geloofsbekentnis noemt de “gemeenschap der heiligen” als kern van het christelijk geloof. Dit betekent niet een elite van bijzonder goddelijke mensen, maar de heilige gemeenschap van allen die tot Christus behoren. Zij delen één Geest, één hoop en één erfenis.
Paulus beschrijft de kerk als een lichaam met vele leden. Het oog kan niet zeggen tegen de hand dat zij niet nodig is. Rijke diversiteit van gaven dient één Heer. Niemand is overbodig; ieder ontvangt plaats en taak uit Gods hand.
"Gij zijt het lichaam van Christus, en lidmaten in het bijzonder."
1 Korinthe 12:27
Onderlinge zorg
Gemeenschap blijkt in concrete daden: bezoek aan zieken, maaltijden voor jonge ouders, financiële hulp bij nood. De vroege gemeente had alles gemeenschappelijk, niet als communisme, maar als vrijwillige liefde die niemand gebrek liet lijden.
Vandaag uit zich dit in roosters, diaconale fondsen en kleine groepen die elkaar kennen. Anonieme grote gemeenten riskeren isolatie; daarom moedigt de kerk huisgemeenten en persoonlijk contact aan. Wie alleen op zondag naast elkaar zit, kent de gemeenschap nog niet.
Vergeving en eenheid
Gemeenschap is fragiel waar vergeving ontbreekt. Christus leert zeventig maal zeven keer te vergeven. Broederlijke tucht en broederlijke vergeving horen samen. De kerk is geen plaats van perfecte mensen, maar van verbroken mensen die elkaar leren omarmen.
Conflicten over doktrine, liturgie of leiderschap mogen de band niet definitief breken waar de kern van het evangelie gemeenschappelijk is. Tegelijk mag de kerk geen eenheid bepleiten ten koste van de waarheid. Echte gemeenschap houdt vast aan Christus én aan elkaar.
Met de heiligen aller tijden
Gemeenschap reikt door de eeuwen. Wanneer wij psalmen zingen die eeuwenoud zijn, of lezen uit Augustinus, Luther of hedendaagse gelovigen uit andere landen, merken wij dat wij niet de eersten zijn die deze weg gaan. De kerk is historisch en universeel.
Deze verbondenheid geeft nederigheid en moed. Wij hoeven het geloof niet opnieuw uit te vinden, maar dragen een erfenis. Tegelijk voegen wij onze stem toe voor toekomstige generaties. Zo blijft de gemeenschap der heiligen een levende stroom, geen museum.